Kinderen

Communiceren doen we altijd en overal. Thuis, op school, op het werk en in onze vrije tijd. Juist daarom is het belangrijk goed te kunnen communiceren. Kinderen leren in de eerste zeven levensjaren alle basisbeginselen van onze taal. Daarnaast is het kind al groeiende de wereld om zich heen aan het ontdekken, al met al voor het kind een drukke tijd. Soms ontstaan er problemen met horen, verstaan, begrijpen of spreken. Voorbeelden hiervan zijn slechthorendheid, heesheid, stotteren, slissen en een spraak- taalachterstand.

Problemen op één of meerdere van de genoemde gebieden hebben grote gevolgen in het dagelijks leven. De logopedist houdt zich bezig met alle aspecten van de communicatie.

Tijdens het werken met kinderen stellen we het kind in zijn totaliteit centraal. We houden rekening met ontwikkelingsniveau, gedrag en karakter van het kind opdat het kind zich op zijn gemak en begrepen voelt. We kiezen daarbij een speelse benaderingswijze om te komen tot het gewenste resultaat wat betreft de logopedische stoornis.

Stem

De stem kan hees of schor klinken. Meestal worden stemklachten bij kinderen veroorzaakt door overbelasting en misbruik van het stemapparaat; schreeuwen, te luid spreken, te snel spreken, veelvuldig de stem vervormen (gekke stemmetjes nadoen). De stemklachten kunnen gepaard gaan met keelpijn.

Spraak

Kinderen kunnen klanken in woorden vervormen, verplaatsen en /of vervangen door een andere klank of ze laten de klank weg. Hierdoor kan de spraak voor anderen niet verstaanbaar zijn, dit is een fonologische en/of fonetische articulatiestoornis.

Taal

Tijdens het leren van de taal kan het kind problemen krijgen in het vormen van zinnen en het maken van een juiste woordvorm. Het gaat tot het kind doordringen dat er in zinnen gesproken wordt en dat de woorden in die zin in een bepaalde volgorde worden gezet. Langzaamaan worden de zinnen langer en vollediger. Rond 5 a 6 jaar heeft een kind een redelijk taalinzicht.

Gehoor

Gehoorproblemen kunnen tot problemen met spreken leiden. Een kind hoort zijn eigen geluid niet maar ook het voorbeeld van anderen niet. Hierdoor zal de spraak van het slechthorende of dove kind zich niet goed of vertraagd ontwikkelen.

Lees- en spellingproblemen

Vijf- en zesjarigen bereiden wij voor op het leren van de schriftelijke taal door hiaten in de spraak- taal- en auditieve ontwikkeling op te sporen en op te heffen. In een later stadium kunnen wij een succesvolle bijdrage leveren aan de behandeling van stoornissen in de schriftelijke taal door deze te koppelen aan de auditieve en talige vaardigheden van het kind. Ook spelen wij een belangrijke rol in het proces van onderkenning, diagnostisering en behandeling van dyslexie. Zie verdere info onder het kopje Dyslexie van deze website.

Eet- en drinkproblemen

Vrijwel ieder kind begint het leven met zuigen en slikken. Later leert het vast voedsel af te happen en te kauwen. Als één van deze activiteiten in verband met de groei en de ontwikkeling van het kind niet lukt is dat voor de ouders een grote zorg. Hierbij kan een preverbale-logopedist advies en/of behandeling geven.

Afwijkende mondgewoonte

Voorbeelden van afwijkende mondgewoonte zijn: open mondgedrag, duimzuigen en afwijkend slikken (de tong wordt tussen de tanden geperst bij het slikken). Deze gewoonten hebben negatieve gevolgen voor de gebitsstand, het spreken en het gehoor.

Stotteren

Tijdens het spreken gebruiken mensen meer dan honderd spieren. Deze spieren moeten allen op het juiste moment met de juiste hoeveelheid kracht in de juiste richting aangestuurd worden. Hier is timing voor nodig. Bij mensen die stotteren is deze timing zwakker. Vaak is er hierbij sprake van een erfelijk component. Veel jonge kinderen stotteren ook een periode tijdens de taalontwikkeling. Dit wordt ontwikkelingsstotteren genoemd en gaat bij veel kinderen vanzelf over. Bij een kleine groep kinderen is er echter sprake van echt stotteren. Hierin kan een logopedist onderscheid maken. De logopedist geeft advies en behandelt (vaak via ouderbegeleiding).